kop

Kerkgebouw

Sprekende Stenen


Van oude monumentale gebouwen zegt men wel: "Als stenen eens konden spreken". Wat zouden de oude stenen van het kerkgebouw ons veel kunnen vertellen!

Het verhaal, dat een zekere Heer Arend hier een kerk zou hebben gesticht, moet betrekking hebben op een voorloper van onze kerk die hoogstwaarschijnlijk op dezelfde plaats heeft gestaan van onze huidige kerk. Heer Arend leefĂ e namelijk in de 12 de eeuw en dat is twee eeuwen voor de stichting van dit kerkgebouw. Evenals in veel andere plaatsen zijn de torcn en het nu niet meer bestaande koor eerder gebouwd dan het schip. Dit dubbele koor, ooit gewijd aan Johannes (Sint jan), is eerder gebouwd dan het ship. Het schip, de tegenwoordige kerk, is aan Sint Pieter oftewel Petrus gewijd.

Het afgebroken koorgedeelte verloor waarschijnlijk al na de Reformatie haar functie als onderdeel van de kerk, omdat de protestantse eredienst andere eisen stelde aan de inrichting van het kerkgebouw. Het zuidelijke gedeelte van het koor heeft eeuwenlang gefungeerd als school, terwijl het noordelijke gedeelte werd gebruikt als consistoriekamer en bergplaats.

Na de Reformatie werden alle rooms-katholieke kerken tot staatseigendom verklaard en aan de protestanten in gebruik gegeven. Toenmalige dominees ontvingen hun salaris van de staat. Uit de notulenboeken van de kerkvoogden, toen kerkmeesters genoemd, komen we niet zoveel over het kerkgebouw te weten. De preekstoel en de herenbank tegen de noordelijke muur dragen resp. de jaartallen 1648 en 1650. Het jaartal 1739 op de herenbank tegen de zuidelijke muur moet betrekking hebben op een oude bank, genaamd "het Bocht van Besdurp" (=Baarsdorp). Deze oude en totaal versleten bank is tijdens de restauratie in 1906 volledig vernieuwd. Ook is bekend dat in 1849 de vloer in de kerk is opgehoogd, wellicht om die gelijk te maken met de hoogte van het maaiveld buiten. Na de komst van dominee Keers in 1896 (zijn voorganger was hier 41 jaar geweest) nam het kerkbezoek zo toe, dat uitbreiding van het aantal zitplaatsen noodzakelijk was. Er bleken 43 mannen- en 24 vrouwenzitplaatsen te kort. Tot 1899 werd de kerk met kaarsen verlicht, waarna men overging op petroleumlampen. Deze lampen hebben slechts tot 1906 dienst gedaan en zijn toen verkocht aan de kerk te Oudelande . Men heeft ook nog plannen gehad om de preekstoel tegen de zuidelijke muur te plaatsen en als gevolg daarvan tegen de noordelijke muur een galerij aan te brengen. Dit plan heeft men gelukkig niet uitgevoerd, men heeft het gebrek aan zitruimte opgelost door de oorspronkelijke uitgang onder het orgel dicht te maken en de ontstane ruimte te vullen met zitbanken. Het bord met de "Tien Geboden" is verschillende keren overgeschilderd, de laatste keer in 1980 door J. Carels.

Architect Verheul, onder wiens leiding de restauratie in 1906 is uitgevoerd, schrijft in een artikel over de restauratie van het kerkgebouw dat er in de loop der jaren veel verknoeid was aan de kerk en dat hij er naar streefde om het gebouw zoveel mogelijk in oude stijl terug te brengen. Men kan zeggen dat hij daarin is geslaagd. Het interieur van het kerkgebouw wordt vaak geprezen en wordt zelfs een schoolvoorbeeld genoemd van een zeventiende-eeuws protestants kerkinterieur.

Rinus Geuze

Indeling van het interieur van de kerk voor bijvoorbeeld een trouwdienst


Klik HIER voor beluisteren van orgelspel door organist de heer S.Gunst


Traptreden in de toren met zicht naar beneden

Traptreden met zicht naar boven

Onderzijde van verdieping

Klokkenstoel met grote en kleine klok. Op de grote klok staat de ingegoten tekst:

DOOR BRUTE KRACHT

VAN 'S VIJANDS MACHT

GING D' EERSTE KLOK VERLOREN.

IN HAAR PLAATS BLIJ

KLINK' NU DOOR MIJ

GODS STEM UIT DEZE TOREN.

1949

Kleine klok

Zicht op de vloer van de spits van de toren met in het midden de vlaggenmast

Er wonen ook vleermuizen in de toren

© 2018 Federatie 'De Samenwerking'